Wat blijft er over als de subsidie stopt?
Anderhalf jaar minder stikstof gebruiken levert niet alleen nieuwe inzichten op. Langzaam komt ook een andere vraag dichterbij. Welke veranderingen blijven na Aardrijk in Bedrijf overeind als daar geen projectvergoeding meer tegenover staat?

Voor Niels Bloo, bedrijfsleider bij het melkveebedrijf van Jacob van Emst, is een deel van het antwoord inmiddels duidelijk. Anders omgaan met het grasland wil hij vasthouden. Meer klaver gebruiken, de bodem in balans houden, letten op de zuurgraad en blijven bemonsteren. Ook de functie van bodemmonsters is veranderd. Ze zijn niet langer alleen een analyse van wat er in de grond zit, maar steeds meer een stuurmoment. Waar staat de bodem en wat heeft die nodig?
Tegelijkertijd is Niels terughoudend om nu al te zeggen dat alles na Aardrijk kan worden voortgezet. De grasopbrengst en voederwaarde zijn lager en ook bij de mais worden minder kilo’s verwacht. Binnen het project wordt die opbrengstderving nu financieel gecompenseerd. Zonder die vergoeding wordt de rekensom anders. Als het eigen ruwvoer structureel minder voedingswaarde levert, moet die waarde uiteindelijk ergens anders vandaan komen. Niels sluit daarom niet uit dat na afloop van Aardrijk opnieuw kunstmest wordt gebruikt of dat de hoeveelheid dierlijke mest weer omhooggaat. Dat maakt de tussenbalans na anderhalf jaar interessant. Een deel van de veranderingen lijkt nu al een blijvende plek in de bedrijfsvoering te krijgen. Bij andere onderdelen moet nog blijken of ze ook zonder projectvergoeding landbouwkundig en economisch standhouden. De komende projectperiode moet meer duidelijkheid geven over waar dat omslagpunt ligt.
Binnen het project Aardrijk in Bedrijf gaan Klaas en Jacob met totaal 1.303,99 hectare landbouwgrond de uitdaging aan door de stikstofbemestingsnorm uit dierlijke mest per ha te verlagen.
Op de hoogte blijven? Meld je aan.
info@aardrijkinbedrijf.nl
aardrijkinbedrijf.nl