Minder stikstof: de bodem houdt zich goed, het gewas levert in
Wat gebeurt er met gras, mais en bodem als je de stikstofgift flink verlaagt? Niels Bloo, bedrijfsleider op het melkveebedrijf van Jacob van Emst, kan daar inmiddels uit de praktijk steeds meer over vertellen.

De bodem houdt zich volgens hem goed, maar in het gewas worden de gevolgen zichtbaar. De grasopbrengst loopt wat terug en ook het ruw eiwitgehalte is lager. Van de mais verwacht hij eveneens minder kilo’s.
Niet alles is rechtstreeks aan de extensivering toe te schrijven. De droogte speelt dit jaar een grote rol en de verschillen tussen de percelen zijn aanzienlijk. Op kleigrond houdt het gras zich bijvoorbeeld duidelijk beter dan op de zandkoppen richting de IJssel. Niels schuift de lagere opbrengsten echter ook niet volledig op het weer. Een deel komt volgens hem wel degelijk door de lagere stikstofgift. En juist daar wordt de zoektocht binnen Aardrijk interessant. Want als extra bemesten niet langer de vanzelfsprekende oplossing is, moet er aan andere knoppen worden gedraaid.
Klaver krijgt daarom meer ruimte. Percelen worden doorgezaaid of opnieuw ingezaaid met grasklaver en ook gewasrotatie krijgt meer aandacht. De ervaringen zijn veelbelovend: percelen met grasklaver blijken deze droge zomer zichtbaar minder gevoelig voor droogte en warmte. “Vroeger was het grasland en daar ging mest op en daar ging ook nog kunstmest op en dan moest het groeien. Maar nu zijn wij beperkt met mestgift. Wij moeten het op andere manieren zien te rooien.”
Een eindconclusie is nog te vroeg. Wel verandert de manier waarop Niels naar het grasland kijkt. Minder stikstof betekent nauwkeuriger kijken naar bodem, grasbestand, gewaskeuze en de samenhang daartussen.
Binnen het project Aardrijk in Bedrijf gaan Klaas en Jacob met totaal 1.303,99 hectare landbouwgrond de uitdaging aan door de stikstofbemestingsnorm uit dierlijke mest per ha te verlagen.
Op de hoogte blijven? Meld je aan.
info@aardrijkinbedrijf.nl
aardrijkinbedrijf.nl