De praktijkbijeenkomst in Hattem op donderdag 9 april trok een volle zaal. Boeren, bank, provincie en natuurorganisaties kwamen samen rond het vraagstuk extensiveren.

Minder intensief boeren wordt breed gezien als een logische stap, zeker in en rond natuurgebieden. Werken binnen grenzen en met de omgeving. Tegelijk zit onder dat besef spanning. Want als het verdienmodel niet meebeweegt, blijft het risico bij de boer liggen.
Melkveehouders Jacob van Emst en Klaas de Lange laten zien wat die keuze in de praktijk betekent. Minder drijfmest, geen kunstmest. Met een substantiële subsidie per hectare wordt die omslag mogelijk gemaakt. Tegelijk maakt juist die steun zichtbaar hoe groot de financiële impact van extensiveren is.
De vraag blijft staan: is dit een tijdelijke stap of een blijvende koers?
De bijeenkomst maakt in elk geval duidelijk dat de motivatie bij de melkveehouders niet ontbreekt. De wil is er. De eerste stappen zijn gezet. Nu is het aan beleid om te laten zien hoe serieus extensiveren op de lange termijn wordt genomen.
| Vertrouwen op de natuurlijke kracht van de grond |
|
Extensiveren is geen stap terug, maar juist een stap vooruit in vakmanschap. Dat werd duidelijk in het verhaal van boerenveearts Gerrit Hegen. Zijn boodschap was helder. Wie stopt met kunstmest, moet anders leren kijken. Niet naar losse cijfers, maar naar het geheel van bodem, plant en dier. De koe speelt daarin een sleutelrol. Haar gezondheid, melkproductie en mestkwaliteit laten zien hoe het echt gaat op het bedrijf. Daarmee wordt de koe het kompas voor de bedrijfsvoering. De grootste omslag zit vaak niet in de techniek, maar in het vertrouwen. Jarenlang waren boeren gewend om tekorten direct aan te vullen. Extensiveren vraagt iets anders. Het vraagt werken aan bodemkwaliteit en durven bouwen op de natuurlijke nalevering van de grond. Dat begint bij de basis van een gezonde pH-waarde, een goede mineralenbalans en een actief bodemleven. In dat systeem verandert ook de rol van mest. Geen restproduct, maar een waardevolle bouwsteen voor de bodem. Voorwaarde is wel dat het proces klopt, namelijk rijpe in plaats van rotte mest. |
Binnen het project Aardrijk in Bedrijf gaan Klaas en Jacob met totaal 1.303,99 hectare landbouwgrond de uitdaging aan door de stikstofbemestingsnorm uit dierlijke mest per ha te verlagen.
Op de hoogte blijven? Meld je aan.
info@aardrijkinbedrijf.nl
aardrijkinbedrijf.nl